14

september

de zijlijn

VAC flash

Op de website van De Standaard verscheen op 6 september een commentaarstuk van Philippe Diepvents, schrijver, over de aanstelling van Mia Doornaert als voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren.

Interessant in het commentaarstuk is zijn visie op de rol van de middenveldorganisaties. Met een klein beetje verbeelding kun je deze visie toepassen op de landbouworganisaties.

Inhoudelijk stelt hij dat middenveldorganisaties hoe langer hoe minder betrokken worden bij beleidsbeslissingen. Toch is hun kritische stem fundamenteel voor het goed functioneren van onze democratie.

De oproep tot redelijkheid tussen de lijnen door leest als: niet flauw doen, de regels niet volgen is slechts een detail, een minder belangrijke procedurefout. Werk mee, en dan zal het allemaal wel meevallen. Voor al wie betrokken is in het brede middenveld klinkt dit heel herkenbaar. Hoeveel verenigingen hebben er de afgelopen regeerperiode niet ‘wijselijk het zwijgen toegedaan’ wanneer openlijk de aanval ingezet werd op hun subsidies, op hun rol in beleidsadvies of op hun bestuursorganen? Je vindt ze in de cultuursector, bij ngo’s, de milieubeweging, armoedeorganisaties of in het bredere sociaaleconomische middenveld. Heel wat verenigingen verdwenen ondertussen of worstelen met hun kansen op voortbestaan. Deels is dat misschien een logisch gevolg van een opkomende politieke stroming die via de oude politieke cultuur van een spelletje kwartetten met mandaten haar plaats opeist. Maar deels is het ook een uiting van iets meer.
Hoeveel verenigingen hebben er niet wijselijk het zwijgen toegedaan wanneer hun subsidies in het gedrang komen?
In zowat elk beleidsdomein zie je hoe de introductie van onafhankelijke bestuurders een excuus is om de plaats van het middenveld te herdefiniëren. Economische spelers en rechtse academici worden voorgesteld als neutraal, belangengroepen en organisaties met een sociaal doel als partijdig.
Er is een rode draad door die individuele casussen heen: het middenveld is niet langer een partner, betrokken bij het maken van beleid, maar wordt in een rol geduwd van louter uitvoerder van wat de politiek beslist. Commentaar leveren op dat beleid, dat is niet iets waarvoor men nog subsidies wil voorzien. In een populistisch discours klinkt dat misschien logisch, maar het gaat wel in tegen een van de fundamenten van ons democratische systeem, namelijk dat kritische stemmen gekoesterd moeten worden en dat ze incorporeren en er rekening mee houden, als verdunner van het primaat van de politiek, tot een beter en meer legitiem bestuur kan leiden.

Het Vlaams Agrarisch Centrum wordt niet gesubsidieerd en kan dus ongedwongen de belangen van haar leden, autonome familiale bedrijven verdedigen. Deze strategie behoedt ons van bovenstaande ervaringen. Met beperkte middelen trachten we zo veel mogelijk rendement te halen uit onze inspanningen.

Op het overleg zeer zeker.

In de media, van op de zijlijn.